Ieder kind is anders, heeft andere talenten, een andere manier van leren en meer of minder behoefte aan begeleiding. Wij houden daar rekening mee en kijken wat elk kind nodig heeft om zich optimaal te kunnen ontwikkelen. Wij kijken welke oefenstof het beste aansluit op zijn of haar behoeften en mogelijkheden en zoeken indien nodig naar nieuwe wegen of methodes. Kinderen die moeite hebben met de leerstof, laten wij deze extra of op andere manieren oefenen. Kinderen die de leerstof al snel onder de knie hebben, oefenen minder vaak en maken extra uitdagende opdrachten. Wij proberen hierin aan te sluiten op de behoeften en wensen van ieder kind en kijken wat het nodig heeft om met plezier te blijven leren.

Leerlingenzorg

Om hun vorderingen te meten, toetsen wij al onze leerlingen regelmatig. Wij gebruiken hiervoor het leerlingvolgsysteem van Cito. Bij de kleuters nemen we de toetsen taal voor kleuters en rekenen voor kleuters af. In de groepen 1 t/m 3 maken we bovendien gebruik van het Pravoo leerlingenvolg- en hulpsysteem. Vanaf groep 3 worden de leerlingen in februari en juni getoetst op de gebieden rekenen, spelling, technisch lezen en begrijpend lezen. Het meten van vorderingen biedt ons de kans om vroegtijdig leerproblemen op individueel of klassenniveau te signaleren. Voor leerlingen die op bepaalde onderdelen een ‘D’ of een ‘E’ scoren bij de citotoetsen, maakt de groepsleerkracht een hulpplan. Uitgangspunt is dat de leerkracht dit plan gedurende zes tot acht weken binnen de groep uitvoert of dat de leerling begeleid wordt door een onderwijsassistent. In het hulpplan beschrijven we waar de onderwijsbehoefte ligt, hoe en met wie hieraan wordt gewerkt en hoe we evalueren of de stof nu wel beheerst wordt.  Dit gebeurt altijd in overleg met de ouders van de betrokken leerling. Na deze periode wordt het resultaat geëvalueerd en schriftelijk of mondeling besproken met de ouders.

De leerkracht signaleert bovendien wanneer een leerling sociaal-emotionele problemen of gedragsproblemen heeft. Wij nemen ook in deze gevallen contact met de ouders op en bespreken de mogelijkheden om de problemen aan te pakken.

Om eventuele dyslexie op te sporen, volgen wij vanaf groep 1 het ‘dyslexieprotocol’ door middel van een checklist.

Zorgteam

De leerlingenzorg wordt binnen onze school gecoördineerd door de intern begeleider. Zij voert naar aanleiding van toetsresultaten besprekingen met alle leerkrachten over de leerlingen waarover zorg bestaat. Doel is het in kaart brengen van de problematiek van individuele leerlingen of groepsbrede problematiek en het bespreken van de gewenste stappen. Dit kan betekenen dat de leerkracht een hulpplan maakt waarin de extra begeleiding voor een leerling of groep staat beschreven. Het resultaat van de bespreking kan ook zijn dat een externe deskundige een leerling gaat onderzoeken om een beter beeld te krijgen van de oorzaak van de problematiek.

De intern begeleider is op de hoogte van de extra zorg die bepaalde leerlingen krijgen en begeleidt waar nodig de leerkrachten. Ook onderhoudt de intern begeleider contacten met alle instanties die betrokken zijn bij de zorg van onze leerlingen en koppelt dit regelmatig terug naar de leerkracht en de betrokken ouders.

Vier dagen per week is er een onderwijsassistent aanwezig op school die leerlingen buiten de klas extra begeleiding kan bieden.

Om alle leerlingen in hun ontwikkeling te volgen, gebruiken wij als school een zorgcyclus met vaste momenten en activiteiten die ons helpen onze leerlingen op de voet te volgen. Zo zijn er vaste toets momenten, vaste momenten voor groeps- en leerling besprekingen, momenten waarop we u als ouder op de hoogte houden van de ontwikkeling enz. Het kan zo zijn dat er acute hulp of begeleiding nodig is omdat ouders dit aangeven of dat de leerkracht signaleert dat er hulp nodig is, dit is te allen tijde mogelijk.

Externe ondersteuning

Soms heeft een leerling problemen waar we externe expertise bij nodig hebben. Wij kunnen dan een externe deskundige vragen om samen met ons te kijken naar de problematiek en eventueel een onderzoek uitvoeren om te achterhalen wat de oorzaak van de problemen zijn. Het advies dat deze deskundige geeft, wordt uitgewerkt in een hulpplan. We betrekken ouders nauw bij dit proces omdat we samen de zorg voor uw kind, onze leerling willen delen. In de meeste gevallen zijn wij zelf in staat om de hulp uit dit plan te bieden. Soms zijn de problemen zo groot dat wij hulp van buiten de school moeten inschakelen. Het kan ook gebeuren dat wij, in overleg met de ouders, een zogenaamd ‘rugzakje’ voor de leerling aanvragen. Doormiddel van een rugzakje ontvangt de school geld waarmee de ouders voor hun kind de benodigde hulp en begeleiding kunnen inkopen.

Meerbegaafdheid

Het kan natuurlijk ook gebeuren dat een kind onder zijn of haar niveau werkt. Kinderen die de leerstof te gemakkelijk vinden, gaan vroeg of laat slechter presteren, omdat kinderen geneigd zijn zich aan te passen aan hun omgeving. Ons onderwijs richten wij voor deze meer begaafde leerlingen in. Dit kan betekenen dat zij leerstof compacter aangeboden krijgen, en dat zij verrijkingsstof maken. Dit noemen we ‘Levelwerk.’ Biedt dit een leerling nog steeds onvoldoende uitdaging, dan kan hij of zij meedoen aan de Plusgroep. De leerlingen van groep 5 t/m 8 leren in deze groep samen filosoferen en discussiëren, werken aan projecten en ontwikkelen een Powerpoint of bijvoorbeeld een spel met eigen regels. Wij besteden in de Plusgroep bovendien veel tijd aan sociale vaardigheden, het leren samenwerken en het ontwikkelen van werk- en leerstrategieën. De plusgroep wordt samen met andere CONOD-scholen georganiseerd in Zuidlaren. De leerlingen die meedoen aan de Plusgroep gaan hier iedere donderdagochtend naar toe.

Het Zernike College biedt verrijkingsmodules aan waar meerbegaafde kinderen aan kunnen deelnemen. In overleg met de school kunnen kinderen van de groepen 7 en 8 hieraan deelnemen.

Versnellen en doubleren

In principe doorlopen de kinderen de basisschool in 8 jaar. Soms kan het voor een kind goed zijn om een leerjaar nog eens over te doen. In overleg met ouders kan dit besloten worden. Ook kan het voorkomen dat een leerling op alle vakgebieden een flinke voorsprong heeft. Dan kan worden besloten om het kind een jaar te laten overslaan. Meer hierover staat in het protocol ‘versnellen en doubleren’.

Grenzen van de zorg

Onze school wil onderwijs bieden aan alle kinderen, mits dit binnen onze mogelijkheden ligt. De komende periode gaan we in een zorgprofiel vastleggen waar de grenzen en mogelijkheden van onze leerlingenzorg liggen. Tot die tijd hanteren we de volgende grenzen:

  • Kinderen die de veiligheid en rust van andere leerlingen in gevaar brengen.
  • Kinderen die het leerproces van andere leerlingen ernstig verstoren.
  • Kinderen die zoveel extra of gespecialiseerde verzorging of behandeling nodig hebben dat het onderwijs niet voldoende tot zijn recht kan komen.
  • Een gebrek aan opnamecapaciteit, veroorzaakt door het feit dat een groep al meerdere kinderen met een rugzakje bevat.

Wanneer blijkt dat wij een leerling volgens bovenstaande richtlijnen niet meer kunnen begeleiden, verwijzen we deze naar een school die beter bij de behoefte van de leerling aansluit.

Basisscholen zijn wettelijk verplicht om ervoor te zorgen dat ook kinderen met leer- en gedragsproblemen zoveel mogelijk naar de gewone basisschool kunnen gaan. Om dit te realiseren, moeten basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs met elkaar samenwerken op het gebied van leerlingenzorg. De Tol maakt deel uit van het Samenwerkingsverband Stad Groningen e.o./Noord-Drenthe. 22 basisscholen en 2 scholen voor speciaal basisonderwijs werken hierin samen aan passend onderwijs voor ieder kind.

De scholen voor speciaal onderwijs bieden indien nodig ambulante begeleiding van leerlingen met een rugzakje. Zij kunnen bovendien een deskundig advies geven met betrekking tot de hulp die een leerling nodig heeft.

Samenwerking met externe organisaties

Om iedere leerling de zorg te kunnen geven die nodig is, werken wij nauw samen met externe en deskundige organisaties.  Het gaat hierbij om:

  • Onderwijsbegeleidingsdienst Educonnect
  • dyslexiespecialisten
  • logopedisten
  • scholen voor speciaal (basis)onderwijs
  • schoolarts
  • school maatschappelijk werk
  • fysiotherapeuten

Logopedie

Jaarlijks worden al onze leerlingen tussen 4.9 en 5.9 jaar gescreend door de logopediste. Ook nieuwe leerlingen en leerlingen uit andere groepen die op de controlelijst staan, worden door haar onderzocht. Andere kinderen kunnen op verzoek van de ouders of de leerkracht door haar worden gezien. Mocht behandeling nodig zijn, dan adviseren wij de ouders om contact op te nemen met een vrijgevestigde logopediste in de buurt.

Schoolarts

Op De Tol valt uw kind onder de zorg van de sector Jeugdgezondheidszorg van de GGD Drenthe. Medewerkers hiervan onderzoeken uw kind in groep 2 en groep 7. Zij letten daarbij op een aantal lichamelijke aspecten en besteden ook aandacht aan de ontwikkeling van het kind in bredere zin. De bevindingen van het onderzoek kunnen leiden tot verwijzing naar bijvoorbeeld de huisarts, een uitgebreider gesprek of hercontrole. Mits de ouders daarvoor toestemming hebben gegeven, bespreekt de medewerker van de GGZ de bevindingen die voor het functioneren van uw kind op school van belang zijn met de leerkracht.