De afgelopen weken stonden in het teken van de cito toetsen. Op een paar kinderen na, die ziek zijn , of zijn geweest, hebben we alles afgerond.

Met rekenen leren de kinderen nu getallen op te tellen via  het ronde tiental (bv.  47 + 25= ……  eerst de tientallen optellen, dat is 67, daarna eerst aanvullen tot het ronde tiental 50, dus 3 erbij en als laatste nog 2 erbij).
Ook staat klokkijken regelmatig op het programma. De kinderen leren nu de minuten te benoemen, bv. 5 over,  10 voor half, 5 over half, 5 voor enz.

Met taal/spelling herhalen we nu alle categorieën die we reeds geleerd hebben. Met name de laatste drie: samenstelling (kap  en  stok wordt kapstok), voorvoegsel: ge,  be,  en  ver, voor een woord spreek je uit als “u” maar je schrijft “e” ( bv. geluk, begin, verkocht), langer maakwoord: hoor je aan het eind van een woord een “t” klank, dan maak je hem langer en hoor je of het woord geschreven wordt met een d of een t. Bv. paard, paarden dus paard schrijf je met een d.  feest, feesten, dus feest schrijf je met een t.

Lief en leed

Giel is al een paar dagen ziek, we wensen hem beterschap. Hopelijk is hij snel weer beter.

Tips

Oefenen de tafels van 1,2 5 en 10 doorelkaar.
Er worden al heel wat stickers op de tafelkaart geplakt. Knap van de kinderen!

Misschien kunt u thuis ook aandacht besteden aan klokkijken. Zowel analoog als digitaal.

Groeten,

Alette van Leeuwen